Brandstoftoevoer en uitlaatsysteem:
| Carburateur | ||
|---|---|---|
| merk | Bing | Bing |
| type | 1/14/99 | 1/12/237 |
| hoofdsproeier | 74 | 62 |
| naaldsproeier | 2.24 | 2.15 of 2.17 |
| sproeiernaaldnr. | 46-052 | 2 |
| naaldstand | 2e groef | 2e groef |
| gasschuifnr. | 2 | 13 |
Terug naar inhoudsopgave boven aan pagina
De benzine stroomt o.i.v. de zwaartekracht via een kraan naar de
vlotterkamer. De benzinekraan heeft drie standen: dicht - open - reserve.
De carburateur is voorzien van een koud-startsysteem ('choke'), bediend door een drukstift
bovenop de carburateur. Zodra men het gas opent springt de choke automatisch terug.
Ter bescherming van carburateur en motor zijn twee benzinezeefjes in het systeem
opgenomen: één boven in de benzinekraan en één onder de slangnippel op de carburateur.
Tevens is een luchtfilter met voorkamer op de carburateur gemonteerd.
lvm. de in sommige landen zeer strenge milieu-eisen heeft men bij de Kreidlerfabriek
geprobeerd het olieverbruik nog verder terug te schroeven; met gebruik van de meest
gerenommeerde merken kwam men tot de zeer gunstige waarde van 1 : 50, dwz. één deel olie
op vijftig delen gewone benzine.
Daar echter niet overal van de beste oliesoorten gebruikt wordt gemaakt en bovendien vele
benzinepompen over voorgemengde tweetactbenzine beschikken, kan men zich aan de veilige
kant opstellen door 1 : 25 te gebruiken. Het gebruik van zg. superbenzine is volstrekt
overbodig en biedt geen voordeel.
Terug naar inhoudsopgave boven aan pagina
a. Er zijn twee benzinezeefjes gemonteerd: een bovenop de
benzinekraan in de tank en een onder de slangnippel op de carburateur. Deze zeefjes van
tijd tot tijd schoonmaken.
b. zeefjes demonteren door de wartelmoer van de benzinekraan resp.de slangnippel op de
carburateur los te draaien.
Beschadigde zeefjes vervangen.
Terug naar inhoudsopgave boven aan pagina
a. Zie voor demonteren van de carburateur hoofdstuk II par. 3a +
c. Schroef 6 bovenop mengkamerdeksel 2 losdraaien en het deksel naar boven toe lostrekken.
Voor het losmaken van de gaskabel de gasschuif tegen de veerdruk in omhoog- drukken en
zijdelings verplaatsen.
b. verdere demontage van de carburateur volgt uit de afbeelding. Let op in welke groef van
de sproeiernaald zich borgplaatje 22 bevindt en teken evt. ook aan hoeveel slagen stelbout
8 ingedraaid is. Vlotterkamer 4 losdraaien met een sleutel op de aangeschoten zeskant.
Demonteer onderdelen niet onnodig en wees voorzichtig met de sproeiers: deze zijn van
messing en kunnen makkelijk beschadigd worden.
c. kontroleer sproeiernaald 12 op slijtage en rechtheid.
Naald altijd tegelijk met naaldsproeier 11 vervangen.
d. kontroleer de gasschuif op slijtage: diepe groeven kunnen gaslekkage veroorzaken.
Kontroleer daarom ook de gasschuifboring (mengkamer) en pakkingring 31.
e. sproeiers en carburateurboringen schoonblazen met perslucht, desnoods mbv. een
fietspomp. Nooit met ijzerdraad o.i.d.!
f. kontroleer vlotternaald en zitting op slijtage: een slecht sluitende naald zal
overlopen van de carburateur veroorzaken, evenals een lekke vlotter. Naald evt. inslijpen
op de zitting.
g. monteren in omgekeerde volgorde. Bij voorkeur alle pakkingringen vervangen. 
afb. 47 - carburateur
| 1. carburateur huis 2. mengkamerdeksel 3. gasschuif 4. vlotterkamer 5. ringvlotter 6. schroef - 2x 7. klembout 8. stelschroef 9. contramoer - 2x 10. hoofdsproeier 11. naaldsproeier 12. sproeiernaald |
13. vlotternaald 14. vlotterkop 15. splitpen 16. stelbout 17. slangnippel 18. vlotterasje 19. chokestift 20. stelbocht 21. ring 22. slotplaatje 23. chokeschuif 24. zeefje |
25. veer 26. veer 27. veer 28. klemveer 29. pakkingring 30. pakkingring 31. pakkingring 32. filterelement 33. aanzuigbuis 34. bocht 35. klemband |
Terug naar inhoudsopgave boven aan pagina
a. Het afstellen van de carburateur moet altijd gebeuren met
bedrijfswarme motor en met de standaard voorgeschreven bougie. Het eigenlijke afstellen
beperkt zich door de afwezigheid van een luchtregelschroef gewoonlijk tot het afstellen
van de speling in de gaskabel en het regelen van het stationaire toerental. Afwijkingen
van door de fabriek voorgeschreven afstelling zal slechts noodzakelijk zijn bij een
ingrijpende verandering van de motor of bij een belangrijk hoogte- of klimaatverschil.
b. als volgt tewerkgaan: - zie afb. 47:
- borgmoer 9 lossen en stelbout 16 zover mogelijk indraaien
- (aanslag) stelschroef 8 indraaien tot de motor versneld stationair begint te lopen
(indraaien van de schroef verhoogt het toerental, uitdraaien verlaagt het)
- schroef 8 langzaam weer uitdraaien tot het gewenste stationaire toerental is verkregen:
de motor moet rustig en zonder stoten blijven draaien
- gaskabel dmv. stelbout 16 zodanig afstellen, dat in de kabel een speling van ±0,5 mm
voelbaar is. Contramoer 9 vastzetten
c. wanneer een andere afstelling van de carburateur in hogere toerentalbereiken vereist is
bedenken, dat (met enige overlap) het middengebied wordt geregeld door de sproeiernaald en
de naaldsproeier, het hoogste gebied (3/4 tot volgas) door de hoofdsproeier.
Wanneer bv. de motor in het middenbereik (± 1/2 tot 3/4 gas) niet aan zijn vermogen komt
de motor een paar kilometer uitsluitend in deze stand van het gas berijden, onmiddellijk
de motor afzetten en de bougie uitdraaien. Aan het uiterlijk van de bougie kan men dan
aflezen of het mengsel te rijk of te arm is (zie hoofdstuk III par. 5b) en aan de hand
daarvan de sproeiernaald lager (armer mengsel) of hoger (rijker mengsel) ophangen door het
slotplaatje te verplaatsen
NB. Voorwaarde voor het goed afstellen van de carburateur is dat de ontsteking juist staat
afgesteld.
Terug naar inhoudsopgave boven aan pagina
a. Regelmatig reinigen van het luchtfilter (gaaselement) is
belangrijk: een gedeeltelijk verstopt filter drukt de motorprestaties aanzienlijk
b. voor het demonteren van het filter het achterste gedeelte van de aanzuigbuis van het
frame lostrekken en zó verdraaien, dat de opening naar boven wijst, slangklem 35 lossen
en aanzuigbuis 33 naar achteren toe verwijderen. Filterelement 32 uit de carburateur
wippen
c. filter reinigen in schone benzine en laten drogen (liefst droogblazen met perslucht)
d. monteren in omgekeerde volgorde.
NB. Laat de motor niet lopen zonder luchtfilter of aanzuigbuis, daar dit een armer mengsel
tengevolge heeft.
Terug naar inhoudsopgave boven aan pagina
a. Het uitlaatsysteem vormt een uitgekiende combinatie met het
carburatiesysteem:
wijzigen van de uitlaat verstoort de carburatie, met alle gevolgen vandien
b. uitlaatbocht en demper moeten van tijd tot tijd ontkoold worden - zie hoofdstuk II
par.18. Zie voor de onderdelen van de uitlaat afb. 48
c. de afdichting van de uitlaat is belangrijk, doordat ook langs deze weg valse lucht kan
worden aangezogen; afdichting 11 zonodig vervangen. 
afb. 48 - uitlaatsysteem
| 1. demper 2. binnendemper 3. parkerbout 4. ring 5. uitlaatbocht |
6. klem 7. bout M8 x 25 8. veerring 9. moer M8 10. flens |
11. afdichtring (koper-asbest) 12. moer M6 -2x 13. veerring - 2x 14. bout M8 x 14 -2x 15. veerring - 2x |
Terug naar inhoudsopgave boven aan pagina
| symptoom | mogelijke oorzaak | kontroleren |
|---|---|---|
| a. motor zakt af en valt uit | geen benzine | inhoud benzinetank ontluchting in tankdop benzinekraan of zeefjes vlotter(naald) klemt sproeier(s) verstopt |
| b. motor loopt slecht zwarte rook uit uitlaat |
te rijk mengsel | carburateur afstelling vlotter lek of klem luchtfilter verstopt |
| c. motor mist vermogen en wordt te heet | te arm mengsel te veel koolaanslag |
carburateur afstelling gedeeltelijk verstopt - zie a. luchtfilter los of lek valse lucht via lek in pakkingen of carter ontkolen - zie II par.18 |
Bron: Maarten's kreidler club